Information über das Wort stampen (Niederländisch → Esperanto: tangi)

WortartVerb
Aussprache/ˈstɑmpə(n)/
Trennungstam·pen

Konjugation

Indikativ
PräsensPräterium
(hij) stampt(hij) stampte
(zij) stampen(zij) stampten
Konjunktiv
PräsensPräterium
(dat hij) stampe(dat hij) stampte
(dat zij) stampen(dat zij) stampten
Partizipien
PräsenspartizipPerfektpartizip
stampend, stampende(hebben) gestampt

Gebrauchsbeispiele

De boot stampte geweldig, hetgeen de snelheid ook al niet ten goede kwam.

Übersetzungen

Englischpitch
Esperantotangi
Spanischarfar; cabecear