Information über das Wort omwonende (Niederländisch → Esperanto: ĉirkaŭloĝanto)

WortartSubstantiv
Aussprache/ɔmˈʋonəndə/
Trennungom·wo·nen·de
Geschlechtnatürlich
Mehrzahlomwonenden

Gebrauchsbeispiele

Ook steeg er zulk akelig geroep en gelach uit op dat de eenvoudige omwonenden nog lang daarna verbleekten wanneer erover gesproken werd.
Omwonenden wordt geadviseerd ramen en deuren te sluiten vanwege aanhoudende rookoverlast.

Übersetzungen

Englischneighbour
Esperantoĉirkaŭloĝanto
WestFriesischomwenner