Information über das Wort ervoor (Niederländisch → Esperanto: por ĝi)

Synonyme: er … voor, eraan

Wortartpronominales Adverb
Aussprache/ərˈvor/, /ɛrˈvor/
Trennunger·voor

Gebrauchsbeispiele

Meneer Traustein was een zeer rijk man die uit eigen zak films financierde welke werden gemaakt door mensen als ik, met te weinig geld ervoor in de eigen portemonnee.

Übersetzungen

Esperantopor ĝi
Niederdeutschdervöär
WestFriesischderoan