Information über das Wort springlevend (Niederländisch → Esperanto: plenviva)

WortartAdjektief
Aussprache/ˈsprɪŋlevənt/ (attributief), /sprɪŋˈlevənt/ (predikatief)
Trennungspring·le·vend

Gebrauchsbeispiele

Eén ding stond vast: nu was ze weer springlevend.
De vroedvrouw staarde hem verbaasd aan, want het dode kind was ineens springlevend en net zo dodelijk wit als hij.

Übersetzungen

Esperantoplenviva