Informasie oor die woord leeg (Nederlands → Esperanto: neokupita)

Sinonieme: onbezet, open, vrij

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/lex/
Afbrekingleeg

Trappe van vergelyking

Stellende trapleeg
Vergrotende trapleger
Oortreffende trapleegst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefleegleger(het) leegst, (het) leegste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudlegelegereleegste
Onsydige enkelvoudleeglegerleegst
Meervoudlegelegereleegste
Bepaaldlegelegereleegste
Partitiefleegslegers 

Voorbeelde van gebruik

Hij kwam langs twee lege kamers, waarvan hij vermoedde dat het slaapvertrekken waren.
Ervan overtuigd dat het huis leeg was, liep Stephens naar zijn auto en reed naar huis.
De conversatiezaal was niet ver en gelukkig was ze leeg.

Vertalinge

Engelsvacant
Engels (Ou Engels)æmetig; æmtig
Esperantoneokupita
Grieksάδειος
Nederduitsvry
Noorsledig
Thaiว่าง
Turksboş