Informasie oor die woord monotoon (Nederlands → Esperanto: monotona)

Sinonieme: saai, eentonig

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/monoˈton/
Afbrekingmo·no·toon

Verbuiging

Predikatief
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudmonotone
Onsydige enkelvoudmonotoon
Meervoudmonotone
Bepaaldmonotone
Partitiefmonotoons

Voorbeelde van gebruik

Een iets sterker licht bescheen de bridgetafel, vanwaar nog steeds het monotone bieden opklonk.
„Hij is hier geweest”, antwoordde de ander, zijn stem even monotoon als daarvoor.
Urenlang sprak ze met lage, monotone stem over alles wat ze wist.

Vertalinge

Duitseintönig; monoton
Engelsmonotonous
Esperantomonotona; unutona
Fransmonotone
Friesmonotoan
Italiaansmonotono
Portugeesmonótono
Saterfrieseentönich
Spaansmonótono
Sweedsentonig
Tsjeggiesjednotvárný; monotónní
Turksbiteviye