Informasie oor die woord grootte (Nederlands → Esperanto: mezuro)

Sinonieme: maat, mate

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈɣrotə/
Afbrekinggroot·te
Geslagvroulik
Meervoudgrootten, groottes

Voorbeelde van gebruik

Wanneer de grootte en de hoeveelheid van de producten op de indiaanse akkers een aanwijzing vormden, dan waren die Seneca’s betere landbouwers dan de meeste kolonisten.

Vertalinge

Deensmål
DuitsMaß
Engelsmeasure; measurement; bar
Engels (Ou Engels)mæþ
Esperantomezuro
Fransmesure; taille
Italiaansmisura
Katalaansmida
Noorsmål
Papiamentsmidí
Portugeesmedição; medida
SaterfriesMäite
Spaansmedida
Swahilicheo
Thaiเบอร์
Tsjeggiesmíra; měřítko; rozměr