Informasie oor die woord dot (Nederlands → Esperanto: bulo)

Sinonieme: bal, klomp, klont, kluit, prop

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/dɔt/
Afbrekingdot
Geslagmanlik of vrouwlik
Meervouddotten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
dotjedotjes

Voorbeelde van gebruik

Toen hij klaar was, gooide hij de dot op de grond.

Vertalinge

Deensbold
DuitsKloß; Klumpen; Knäuel; Kugel; Ballen; Knödel
Engelsclod; chunk; lump; ball; hunk; wad
Esperantobulo
Faroëesklunkur
Finskimpale
Fransboule
Katalaansbola; terròs
Poolsbryła
Portugeesbola; torrão
Russiesком
SaterfriesKluutkene; Klüüte; Knuust; Knuuwe; Humpen
Spaansbola; terrón