Informasie oor die woord leugen (Nederlands → Esperanto: mensogo)

Sinoniem: onwaarheid

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈløɣə(n)/
Afbrekingleu·gen
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudleugens

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
leugentjeleugentjes

Voorbeelde van gebruik

Soms denk ik weleens dat ze haar eigen leugens gelooft.
Het wás in werkelijkheid niet zo, dus die voorstelling berust op een leugen.
Wat is de bedoeling van die leugens?
Wij zijn niet onder de indruk van deze Russische leugens.
In het overzicht zien we onder meer Trumps grote leugens zoals dat Zweden in februari getroffen werd door een terroristische aanslag, of de recentelijke opmerking dat het klimaatakkoord van Parijs een bindende overeenkomst is.
Het is een leugen!
De dingen die je me vertelde toen we elkaar ontmoetten, waren leugens.

Vertalinge

Afrikaansleuen
Deensløgn
DuitsLüge
Engelslie; falsehood
Esperantomensogo; malveraĵo; malvero
Faroëeslygn
Fransmensonge
Friesleagen
Italiaansbugia
Jamaikaanse Patoislai
Katalaansmentida
Maleisdusta
Noorsløgn
Oekraïensнеправда
Papiamentsmentira
Portugeesmentira
Skots-Gaeliesbreug
Spaansmentira
Swahiliuongo
Sweedslögn
Turksyalan
Walliescelwydd
Yslandslygi