Informasie oor die woord speer (Nederlands → Esperanto: lanco)

Sinonieme: lans, spiets, spies

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/sper/
Afbrekingspeer
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudsperen

Voorbeelde van gebruik

In dat vuurtje was de punt van een inlandse speer gestoken.
Toen greep een van zijn vijanden de speer en wierp die naar Cú Chulainn.
Hij pakte een van de speren die ze met zich mee hadden gebracht.
Eromheen stonden vijftien speren in de grond.
Hij durft hier natuurlijk niet te komen, bang dat iemand hem een speer door zijn ribben zal steken.

Vertalinge

Afrikaansspeer
DuitsLanze; Speer
Engelsspear
Engels (Ou Engels)gar; spere
Esperantolanco
Faroëesspjót
Friesspear
Katalaansllança
Latynabies; framea; phalarica
Papiamentslansa
SaterfriesLanse; Speer
Spaanslanza
Sweedslans; spjut
Tagalogsibát
Tsjeggieskopí; oštěp
Turksmızrak