Informasie oor die woord beteuterd (Nederlands → Esperanto: konfuzita)

Sinonieme: bedremmeld, beduusd, verbijsterd, verbouwereerd, in rep en roer, confuus, ontredderd, verward

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/bəˈtøtərt/
Afbrekingbe·teu·terd

Trappe van vergelyking

Stellende trapbeteuterd
Vergrotende trapbeteuterder
Oortreffende trapbeteuterdst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefbeteuterdbeteuterder(het) beteuterdst, (het) beteuterdste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudbeteuterdebeteuterderebeteuterdste
Onsydige enkelvoudbeteuterdbeteuterderbeteuterdst
Meervoudbeteuterdebeteuterderebeteuterdste
Bepaaldbeteuterdebeteuterderebeteuterdste
Partitiefbeteuterdsbeteuterders 

Voorbeelde van gebruik

Met grote passen liep Piet naar de zijstraat en bleef op de hoek met een beteuterd gezicht staan.

Vertalinge

Duitsbestürtzt; konfus; verwirrt; durcheinander; durcheinandergebracht; konfus gemacht
Engelsperplexed; confused
Esperantokonfuzita; konfuza
Friesferbjustere
Italiaansconfuso; turbato
Maleisbingung
Saterfriesferbiesterd; bestat
Spaansconfuso; turbado
Sweedsoredig
Thaiงง