Informasie oor die woord competent (Nederlands → Esperanto: kompetenta)

Sinonieme: bevoegd, deskundig, vakkundig, zaakkundig

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/kɔmpəˈtɛnt/, /kɔmpeˈtɛnt/
Afbrekingcom·pe·tent

Trappe van vergelyking

Stellende trapcompetent
Vergrotende trapcompetenter
Oortreffende trapcompetentst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefcompetentcompetenter(het) competentst, (het) competentste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudcompetentecompetenterecompetentste
Onsydige enkelvoudcompetentcompetentercompetentst
Meervoudcompetentecompetenterecompetentste
Bepaaldcompetentecompetenterecompetentste
Partitiefcompetentscompetenters 

Voorbeelde van gebruik

Ik hoop net zo competent te worden als mijn vader.
Dat admiraal Nagumo aan de meeste hiervan schuldig was, rechtvaardigt niet de conclusie dat hij minder competent was dan de andere bevelhebbers.
Beiden worden geacht competent te zijn.

Vertalinge

Duitskompetent; zuständig; maßgebend; sachverständig; fachkundig
Engelscompetent; efficient
Esperantokompetenta
Faroëesserkønur; málførur
Finspätevä
Franscompétent; qualifié
Katalaanscompetent
Portugeesautorizado; competente; habilitado
Saterfrieskompetent; touständich
Spaanscompetente
Sweedskompetent
Tsjeggieskompetentní; oprávněný; příslušný