Informasie oor die woord aanvankelijk (Nederlands → Esperanto: komenca)

Sinonieme: aanvangs‐, begin‐

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/anˈvɑŋkələk/
Afbrekingaan·van·ke·lijk

Verbuiging

Predikatief
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudaanvankelijke
Onsydige enkelvoudaanvankelijk
Meervoudaanvankelijke
Bepaaldaanvankelijke
Partitiefaanvankelijks

Voorbeelde van gebruik

Maar dat heeft hem er alleen maar van overtuigd dat zijn aanvankelijke mededelingen ons niet van nut zijn.
Eerder bleek uit een rapport van de Amerikaanse regering dat de schietpartij anders is verlopen dan het veiligheidsministerie aanvankelijk zei.
De aanvankelijke reactie op Kasteel Hagedorn was evenals elders ongeloof, gevolgd door verbijstering en woede, en daarna, toen de te verwachten gevolgen van de daad overdacht werden, een bang gevoel van naderend onheil.

Vertalinge

Afrikaansaanvanklik
Duitsanfänglich; den Anfang bildend; Anfangs‐
Engelsinitial
Esperantokomenca
Papiamentsinisial
Spaansinicial; primitivo