Informasie oor die woord tegel (Nederlands → Esperanto: kahelo)

Sinonieme: tegelsteen, tichel

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈteɣəl/
Afbrekingte·gel
Geslagmanlik
Meervoudtegels

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
tegeltjetegeltjes

Voorbeelde van gebruik

Het kletterde op de marmeren tegels van de hal.
Snel tilde hij de tegel op en liet zich in het gat zakken.

Vertalinge

Deensflise
DuitsFliese; Kachel
Engelstile; flagstone
Esperantokahelo
Franscarreau
Katalaansrajola
Papiamentsmosaiko
SaterfriesFliese; Ästerke
Spaansbaldosa
Sweedshäll; kakel