Informasie oor die woord immers (Nederlands → Esperanto: ja)

Sinonieme: toch, zeker, ook

Woordsoortbywoord
Uitspraak/ˈɪmərs/
Afbrekingim·mers

Voorbeelde van gebruik

Dat kan ik immers niet betalen?
Alles is nu immers anders geworden!
We hebben immers zijn inlichtingen nodig.
De omgeving van de kanalen is immers overal hetzelfde.
Politici zijn immers niet te vertrouwen.

Vertalinge

Duitsallerdings; freilich; immerhin; ja; ja doch; wohl; zwar; schießlich; eben
Engelsafter all
Esperantoja
Finshan
Franscertes; d’abord
Friesdochs
Katalaansben bé; de debò; en veritat; veritablement
Nederduitsja
Poolsprzecież; wszak
Portugeescom efeito; de facto; na verdade; sem dúvida
Russiesведь
Saterfriesjo; jo daach; wäil; innedoat
Spaansciertamente; en verdad
Sweedsju