Informasie oor die woord blauwen (Nederlands → Esperanto: bluigi)

Sinoniem: blauw maken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈblʌʊ̯ʋə(n)/
Afbrekingblau·wen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) blauw(ik) blauwde
(jij) blauwt(jij) blauwde
(hij) blauwt(hij) blauwde
(wij) blauwen(wij) blauwden
(jullie) blauwen(jullie) blauwden
(gij) blauwt(gij) blauwdet
(zij) blauwen(zij) blauwden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) blauwe(dat ik) blauwde
(dat jij) blauwe(dat jij) blauwde
(dat hij) blauwe(dat hij) blauwde
(dat wij) blauwen(dat wij) blauwden
(dat jullie) blauwen(dat jullie) blauwden
(dat gij) blauwet(dat gij) blauwdet
(dat zij) blauwen(dat zij) blauwden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
blauwblauwt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
blauwend, blauwende(hebben) geblauwd

Vertalinge

Duitsblau machen; bläuen
Esperantobluigi
Portugeesazular