Informasie oor die woord vroeg (Nederlands → Esperanto: frua)

Sinonieme: pril, vroegtijdig

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/vrux/
Afbrekingvroeg

Trappe van vergelyking

Stellende trapvroeg
Vergrotende trapvroeger
Oortreffende trapvroegst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefvroegvroeger(het) vroegst, (het) vroegste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudvroegevroegerevroegste
Onsydige enkelvoudvroegvroegervroegst
Meervoudvroegevroegerevroegste
Bepaaldvroegevroegerevroegste
Partitiefvroegsvroegers 

Voorbeelde van gebruik

Van het vroege voorjaar tot laat in de herfst ontdekken we op elke wandeling planten die we nog niet kennen of waarvan ons de naam ontschoten is.
In de zeer vroege ochtend van de 7e december, toen men nog slechts enkele uren behoefde te varen voordat het doel binnen het bereik van de vliegtuigen zou zijn, ontving de aanvalsvloot verontrustende berichten uit Tokio.

Vertalinge

Afrikaansvroeg; vroegtydig
Deenstidlig
Duitsfrüh; frühzeitig; zeitig
Engelsearly
Esperantofrua
Finsaikainen
Franshâtif; précoce; tôt
Jamaikaanse Patoisoerli
Katalaansmatiner; primerenc; puntual
Luxemburgsfréi
Nederduitsvrö
Poolswczesny
Portugeescedo; precoce; prematuro
Skotsearly
Spaanstemprano
Srananfruku
Sweedsbittida; tidig
Tsjeggiesbrzo; brzy; raný; záhy; časný; časně