Informasie oor die woord blokkeren (Nederlands → Esperanto: bloki)

Sinonieme: vastzetten, stremmen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/blɔˈkeːrə(n)/
Afbrekingblok·ke·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) blokkeer(ik) blokkeerde
(jij) blokkeert(jij) blokkeerde
(hij) blokkeert(hij) blokkeerde
(wij) blokkeren(wij) blokkeerden
(jullie) blokkeren(jullie) blokkeerden
(gij) blokkeert(gij) blokkeerdet
(zij) blokkeren(zij) blokkeerden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) blokkere(dat ik) blokkeerde
(dat jij) blokkere(dat jij) blokkeerde
(dat hij) blokkere(dat hij) blokkeerde
(dat wij) blokkeren(dat wij) blokkeerden
(dat jullie) blokkeren(dat jullie) blokkeerden
(dat gij) blokkeret(dat gij) blokkeerdet
(dat zij) blokkeren(dat zij) blokkeerden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
blokkeerblokkeert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
blokkerend, blokkerende(hebben) geblokkeerd

Voorbeelde van gebruik

Volgens de Pakistaanse politie blokkeerden gewapende mannen de weg en haalden ze passagiers uit hun voertuigen.
Verspreid over het land zijn donderdag branden gesticht en wegen geblokkeerd.
Nadat de vroegere minister van buitenlandse zaken Arsenij Jacenjuk de oppositie had opgeroepen de regeringswijk in Kiëv te blokkeren, kondigden de veiligheidsdiensten een onderzoek naar de oppositie aan.
De websites van de meeste buitenlandse media zijn geblokkeerd in Rusland.

Vertalinge

Duitsblockieren
Engelsblock
Esperantobloki
Fransse mettre en travers
Italiaansbloccare
Portugeesbloquear; cercar com blocos
Saterfriesblokkierje
Spaansbloquear
Sweedsblockera
Tsjeggiesblokovat; zablokovat
Turksabluka etmek