Informasie oor die woord onoprecht (Nederlands → Esperanto: falsema)

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/ɔnɔpˈrɛxt/
Afbrekingon·op·recht

Trappe van vergelyking

Stellende traponoprecht
Vergrotende traponoprechter
Oortreffende traponoprechtst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefonoprechtonoprechter(het) onoprechtst, (het) onoprechtste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudonoprechteonoprechtereonoprechtste
Onsydige enkelvoudonoprechtonoprechteronoprechtst
Meervoudonoprechteonoprechtereonoprechtste
Bepaaldonoprechteonoprechtereonoprechtste
Partitiefonoprechtsonoprechters 

Vertalinge

Duitsfalsch; verlogen
Esperantofalsema
Portugeespérfido