Informasie oor die woord haard (Nederlands → Esperanto: fajrejo)

Sinonieme: haardstede, vuurhaard, haardstee, vuurplaats, heerd

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɦaːrt/
Afbrekinghaard
Geslagmanlik
Meervoudhaarden

Voorbeelde van gebruik

Hij zat tevreden aan de haard en luisterde glimlachend naar het rumoer van de elementen buiten.
Meneer Shaitana zat in zijn stoel bij de haard.

Vertalinge

Deenspejs
DuitsHerd; Feuerraum; Feuerstelle; Feuerstätte
Engelshearth
Engels (Ou Engels)heorþ
Esperantofajrejo
Fransfoyer
Latyncaminus; focus
SaterfriesHäid; Funke; Spoorke
Swahilijiko
Sweedseldstad