Informasie oor die woord mondstuk (Nederlands → Esperanto: enbuŝaĵo)

Sinonieme: bit, gebit

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈmɔntstɵk/
Afbrekingmond·stuk

Voorbeelde van gebruik

Hij zag een paar stalen flessen waaraan een slang zat met een mondstuk.

Vertalinge

DuitsGebiß
Esperantoenbuŝaĵo
Portugeesfreio
Spaansbocado; freno