Informasie oor die woord ik (Nederlands → Esperanto: egoo)

Sinoniem: ego

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɪk/
Afbrekingik
Geslagonsydig

Voorbeelde van gebruik

Maar toen bedacht hij plotseling wat zijn goede vader zou hebben gezegd als zijn zoon door plundering in zijn onderhoud voorzag, en toen kreeg zijn betere ik de overhand.
Puc glimlachte, want Kulgan scheen zijn oude, joviale ik weer te zijn, ondanks zijn zwakke voorkomen.
Het was te zien dat zijn slechte ik boven begon te komen en dat hij op het punt stond om zijn eerbied voor een dame te verliezen.

Vertalinge

DuitsEgo
Engelsego; self
Esperantoegoo; memo
Jiddishעגאָ
Portugeesego
Spaansego; yo