Informasie oor die woord diffuus (Nederlands → Esperanto: difuza)

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/dɪˈfys/
Afbrekingdif·fuus

Trappe van vergelyking

Stellende trapdiffuus
Vergrotende trapdiffuzer
Oortreffende trapmeest diffuus

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefdiffuusdiffuzer(het) meest diffuus, (het) meest diffuuse
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervouddiffuzediffuzeremeest diffuze
Onsydige enkelvouddiffuusdiffuzermeest diffuus
Meervouddiffuzediffuzeremeest diffuze
Bepaalddiffuzediffuzeremeest diffuze
Partitiefdiffuusdiffuzers 

Vertalinge

Duitsdiffus; gestreut
Engelsdiffuse
Esperantodifuza
Spaansdifuso