Informasie oor die woord betamelijk (Nederlands → Esperanto: deca)

Sinonieme: behoorlijk, fatsoenlijk, keurig, voegzaam, welvoeglijk, netjes, net

Woordsoortbyvoeglike naamwoord
Uitspraak/bəˈtamələk/
Afbrekingbe·ta·me·lijk

Trappe van vergelyking

Stellende trapbetamelijk
Vergrotende trapbetamelijker
Oortreffende trapbetamelijkst

Verbuiging

 Stellende trapVergrotende trapOortreffende trap
Predikatiefbetamelijkbetamelijker(het) betamelijkst, (het) betamelijkste
AttributiefOnbepaaldManlike en vroulike meervoudbetamelijkebetamelijkerebetamelijkste
Onsydige enkelvoudbetamelijkbetamelijkerbetamelijkst
Meervoudbetamelijkebetamelijkerebetamelijkste
Bepaaldbetamelijkebetamelijkerebetamelijkste
Partitiefbetamelijksbetamelijkers 

Voorbeelde van gebruik

Dat vond ze niet betamelijk.

Vertalinge

Duitsgehörig; gebührend; geziemend; anständig; schicklich; dezent; tüchtig; ordentlich
Engelsdecent; proper; seemly; becoming; befitting; decorous
Esperantodeca
Fransconvenable
Italiaansdecente
Nederduitsbehöyrlik
Portugeesconveniente; decoroso; próprio
Saterfriesdoane; goud; fonsuunelk; däftich; bescheeden; eerboar; beskeeden
Spaansconveniente; decente