Informasie oor die woord muil (Nederlands → Esperanto: buŝego)

Sinoniem: bek

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/mœʏ̯l/
Afbrekingmuil

Voorbeelde van gebruik

De messcherpe tanden in de muil kwamen steeds dichter bij zijn gezicht.
Boven de muil fungeerden twee gaten als neus, en daarboven zaten twee bolvormige juwelen, op een rij naast elkaar, op de plaats waar men ogen zou verwachten.

Vertalinge

DuitsMaul; großer Mund; Schnauze
Engelsjaws; muzzle
Esperantobuŝego
Portugeesfauce; goela
SaterfriesBäk; Frätte
Sweedsgap; käft