Informasie oor die woord knuppel (Nederlands → Esperanto: bastonego)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈknɵpəl/
Afbrekingknup·pel
Geslagmanlik
Meervoudknuppels

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
knuppeltjeknuppeltjes

Voorbeelde van gebruik

De eerste reusachtige zwaai van Conans knuppel trof de opzichter tegen het hoofd.
Hij draaide zich om en zag toen plotseling enkele ongure figuren met opgeheven knuppels van achter het luik vandaan komen.

Vertalinge

Deensknippel
DuitsKnüppel; Knüttel; Prügel
Engelscudgel; club; bludgeon
Esperantobastonego
Frieskneppel
Papiamentschikoti
Portugeesclava
Sweedsknölpåk
Thaiกระบอง