Informasie oor die woord vooroordeel (Nederlands → Esperanto: antaŭjuĝo)

Sinonieme: vooringenomenheid, vooropgezette mening, prejudicie, prejugé

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈvoːroːrdel/
Afbrekingvoor·oor·deel

Voorbeelde van gebruik

Daar ik een buitenlander ben, heb ik die vooroordelen niet, en kan ik mijn onderzoekingen doen zonder daar hinder van te hebben.
Haar vooroordelen tegen Tanequila zouden haar ervan kunnen weerhouden ook maar een vinger uit te steken om hem te redden.

Vertalinge

Deensfordom
DuitsVorurteil
Engelsprejudice; bias
Esperantoantaŭjuĝo
Fransparti‐pris; préjugé
Italiaanspregiudizio
Katalaansprejuici
Nederduitsvöäroordeyl
Papiamentsprehuisio
Portugeespreconceito; prejuízo
SaterfriesFoaruurdeel
Spaansprejuicio
Sweedsfördom
Tsjeggiespředsudek