Informasie oor die woord voordeur (Nederlands → Esperanto: antaŭa pordo)

Sinoniem: straatdeur

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈvoːrdøːr/
Afbrekingvoor·deur
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudvoordeuren

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
voordeurtjevoordeurtjes

Voorbeelde van gebruik

Waarom bent u niet door de voordeur binnengekomen, zoals iedereen?
De voordeur bevindt zich in het midden van de symmetrische voorgevel.
Ja, de man die zich in het huis bevond, naderde op een gegeven moment de voordeur.

Vertalinge

DuitsVordertür
Engelsstreet‐door; front‐door
Esperantoantaŭa pordo; antaŭpordo
Friesfoardoar
Spaanspuerta de entrada
Srananfesdoro