Informasie oor die woord prikkelen (Nederlands → Esperanto: agaci)

Sinonieme: agaceren, irriteren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈprɪkələ(n)/
Afbrekingprik·ke·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) prikkelt(hij) prikkelde
(zij) prikkelen(zij) prikkelden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) prikkele(dat hij) prikkelde
(dat zij) prikkelen(dat zij) prikkelden
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
prikkelend, prikkelende(hebben) geprikkeld

Vertalinge

Deenstirre
Duitsangreifen; reizen; herausfordern; stumpf machen; provozieren
Engelsirritate
Esperantoagaci
Fransagacer
Italiaansirritare
Portugeesirritar
Spaansdar dentera