Informasie oor die woord zorgen (Nederlands → Esperanto: zorgi)

Sinonieme: zich bekommeren, zorg dragen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈzɔrɣə(n)/
Afbrekingzor·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) zorg(ik) zorgde
(jij) zorgt(jij) zorgde
(hij) zorgt(hij) zorgde
(wij) zorgen(wij) zorgden
(jullie) zorgen(jullie) zorgden
(gij) zorgt(gij) zorgdet
(zij) zorgen(zij) zorgden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) zorge(dat ik) zorgde
(dat jij) zorge(dat jij) zorgde
(dat hij) zorge(dat hij) zorgde
(dat wij) zorgen(dat wij) zorgden
(dat jullie) zorgen(dat jullie) zorgden
(dat gij) zorget(dat gij) zorgdet
(dat zij) zorgen(dat zij) zorgden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zorgzorgt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zorgend, zorgende(hebben) gezorgd

Voorbeelde van gebruik

Zij zorgt goed voor hem.
De molenaar zei tegen zijn zoon dat hij voor de paarden moest zorgen.

Vertalinge

Afrikaanssôre
DuitsSorge tragen; sorgen; sich kümmern; darauf sehen; achten
Engelscare
Esperantozorgi
Faroëesansa eftir; syrgja fyri; leggja seg eftir
Finshuolehtia
Fransavoir soin de; se soucier de; s’occuper; veiller à
Katalaanscurar; tenir cura de
Nederduitssorgen
Papiamentssòru
Poolsdbać; troszczyć się
Portugeesacurar; cuidar; preocupar‐se; tutelar; zelar
Roemeensîngriji; se îngrijora
SaterfriesSuurge dreege; suurgje
Spaanscuidar; cuidar de; preocuparse por
Sranansorgu; span