Informasie oor die woord gelaat (Nederlands → Esperanto: vizaĝo)

Sinonieme: aangezicht, gezicht, toet, facie, porem, aanschijn, ponem

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɣəˈlat/
Afbrekingge·laat
Geslagonsydig

Voorbeelde van gebruik

Zijn gelaat bewolkte meer en meer en een diepe neerslachtigheid maakte zich van hem meester.
Het bloed verdween uit Murilo’s gelaat.
Maar toen zweeg hij en er kwam een nadenkende trek op zijn verweerd gelaat.
Had de ziekte zijn knap gelaat en zijn kracht sterk aangetast?
Tom Poes keek naar het wanhopige gelaat van zijn vriend en haalde de schouders op.

Vertalinge

Afrikaansgesig; gevreet; aangesig
Albaniesfaqe; fytyrë
Deensansigt
DuitsAntlitz; Gesicht
Engelsface
Engels (Ou Engels)ansien
Esperantovizaĝo
Faroëesandlit
Finskasvot
Fransface; figure; visage
Friesantlit; gesicht
Hongaarsarc
Italiaansfaccia; viso
Jamaikaanse Patoisfies
Jiddishפּױם
Kabiliesaxenfuc (ⴰⵅⴻⵏⴼⵓⵛ)
Katalaanscara; semblant
Latynfacies; vultus
Maleismuka
Nederduitsgesichte
Noorsansikt
Oekraïensлице
Papiamentskara
Poolstwarz
Portugeescara; rosto; semblante
SaterfriesGesicht
Skots-Gaeliesaghaidh; aodann; gnùis
Spaanscara; rostro
Srananfesi
Swahiliuso
Sweedsanlete; ansikte; min
Thaiใบหน้า; หน้า
Tsjeggiestvář; obličej