Informasie oor die woord druppelen (Nederlands → Esperanto: verŝi pogute)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈdrɵpələ(n)/
Afbrekingdrup·pe·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) druppelt(hij) druppelde
(zij) druppelen(zij) druppelden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) druppele(dat hij) druppelde
(dat zij) druppelen(dat zij) druppelden
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
druppelend, druppelende(hebben/zijn) gedruppeld

Vertalinge

Esperantoverŝi pogute