Informasie oor die woord waren (Nederlands → Esperanto: vagi)

Sinonieme: dolen, dwalen, ronddolen, ronddwalen, zwerven, rondzwerven, rondwaren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈʋaːrə(n)/
Afbrekingwa·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) waar(ik) waarde
(jij) waart(jij) waarde
(hij) waart(hij) waarde
(wij) waren(wij) waarden
(jullie) waren(jullie) waarden
(gij) waart(gij) waardet
(zij) waren(zij) waarden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) ware(dat ik) waarde
(dat jij) ware(dat jij) waarde
(dat hij) ware(dat hij) waarde
(dat wij) waren(dat wij) waarden
(dat jullie) waren(dat jullie) waarden
(dat gij) waret(dat gij) waardet
(dat zij) waren(dat zij) waarden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
waarwaart
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
warend, warende(hebben) gewaard

Vertalinge

Deensstrejfe om
Duitsbummeln; herumschweifen; irren; streifen; umherstreifen; vagieren; umherziehen; umherwandern; umherirren; sich umhertreiben; strolchen
Engelsroam; wander; stray; rove
Esperantovagi
Faroëesfjakka
Finsvaeltaa
Franserrer; rôder; vaguer
Friesdoale; doarmje; dwale; swalkje; swerve
Katalaansvagar
Latynvagari
Poolswłóczyć się
Portugeeserrar; perambular; vadiar; vagabundear; vagar
Russiesблуждать; бродить
Saterfriesgängelje; bummelje; daidelje; klüngelje; dweele
Spaanserrar; vagabundear; vagar
Sweedsirra