Informasie oor die woord zwerven (Nederlands → Esperanto: vagadi)

Sinonieme: ómzwerven, zwalken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈzʋɛrvə(n)/
Afbrekingzwer·ven

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) zwerf(ik) zwierf
(jij) zwerft(jij) zwierf
(hij) zwerft(hij) zwierf
(wij) zwerven(wij) zwierven
(jullie) zwerven(jullie) zwierven
(gij) zwerft(gij) zwierft
(zij) zwerven(zij) zwierven
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) zwerve(dat ik) zwierve
(dat jij) zwerve(dat jij) zwierve
(dat hij) zwerve(dat hij) zwierve
(dat wij) zwerven(dat wij) zwierven
(dat jullie) zwerven(dat jullie) zwierven
(dat gij) zwervet(dat gij) zwiervet
(dat zij) zwerven(dat zij) zwierven
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zwerfzwerft
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zwervend, zwervende(hebben) gezworven

Voorbeelde van gebruik

Opnieuw moest hij vluchten en ten slotte zwierf hij door Frankrijk.
Waarom denk je dat ik de hele nacht door de straten zal gaan zwerven om een krankzinnige te zoeken?

Vertalinge

Duitsvagabundieren; dauernd umherziehen; immerzu umherziehen; ständig auf Achse sein
Engelswander; ramble
Esperantovagadi
Faroëesreika; flakka
Portugeesvagar continuadamente