Informasie oor die woord trimester (Nederlands → Esperanto: trimestro)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/triˈmɛstər/
Afbrekingtri·mes·ter
Geslagonsydig
Meervoudtrimesters

Voorbeelde van gebruik

De laatste dag van het trimester was maar een halve lesdag en de studenten kregen de middag vrij.
Ze is twee trimesters weg geweest vanwege een of andere ziekte en daarna is ze teruggekomen.

Vertalinge

Engelsterm; trimester
Esperantotrimestro
Franstrimestre
Spaanstrimestre