Informasie oor die woord flakkeren (Nederlands → Esperanto: tremeti)

Sinonieme: bibberen, lillen, trillen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈflɑkərə(n)/
Afbrekingflak·ke·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) flakkert(hij) flakkerde
(zij) flakkeren(zij) flakkerden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) flakkere(dat hij) flakkerde
(dat zij) flakkeren(dat zij) flakkerden
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
flakkerend, flakkerende(hebben) geflakkerd

Vertalinge

Duitsgruseln
Engelswaver
Esperantotremeti
Fransfrissonner; frémir