Informasie oor die woord traumatiseren (Nederlands → Esperanto: traŭmatizi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) traumatiseer(ik) traumatiseerde
(jij) traumatiseert(jij) traumatiseerde
(hij) traumatiseert(hij) traumatiseerde
(wij) traumatiseren(wij) traumatiseerden
(jullie) traumatiseren(jullie) traumatiseerden
(gij) traumatiseert(gij) traumatiseerdet
(zij) traumatiseren(zij) traumatiseerden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) traumatisere(dat ik) traumatiseerde
(dat jij) traumatisere(dat jij) traumatiseerde
(dat hij) traumatisere(dat hij) traumatiseerde
(dat wij) traumatiseren(dat wij) traumatiseerden
(dat jullie) traumatiseren(dat jullie) traumatiseerden
(dat gij) traumatiseret(dat gij) traumatiseerdet
(dat zij) traumatiseren(dat zij) traumatiseerden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
traumatiseertraumatiseert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
traumatiserend, traumatiserende(hebben) getraumatiseerd

Vertalinge

Afrikaanstraumatiseer
Esperantotraŭmatizi
Portugeestraumatizar