Informasie oor die woord balk (Nederlands → Esperanto: trabo)

Sinonieme: onderlegger, ribbe

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/bɑlᵊk/
Afbrekingbalk
Geslagmanlik
Meervoudbalken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
balkjebalkjes

Voorbeelde van gebruik

Toen hij merkte dat hij bezoek zou krijgen, klom hij vlug op een uitspringende balk boven de deur en klemde zich daar vast.
Arndt ontdekte bij nader onderzoek een paar balken op de rails en haalde die weg.

Vertalinge

Deensbjælke
DuitsBalken
Engelsbeam
Esperantotrabo
Faroëesbjálki
Finshirsi
Franspoutre
Friesbalke
Italiaanstrave
Papiamentsbalki; biga
Portugeesbarrote; biga; trave
Russiesбалка; бревно; брус
SaterfriesBoolke
Spaanstrabe; traviesa; viga
Sweedsbalk; bjälke
Tsjeggiesbřevno; kláda; nosník; trám