Informasie oor die woord opslaan (Nederlands → Esperanto: stoki)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɔpslan/
Afbrekingop·slaan

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) sla op(ik) sloeg op
(jij) slaat op(jij) sloeg op
(hij) slaat op(hij) sloeg op
(wij) slaan op(wij) sloegen op
(jullie) slaan op(jullie) sloegen op
(gij) slaat op(gij) sloegt op
(zij) slaan op(zij) sloegen op
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) opsla(dat ik) opsloege
(dat jij) opsla(dat jij) opsloege
(dat hij) opsla(dat hij) opsloege
(dat wij) opslaan(dat wij) opsloegen
(dat jullie) opslaan(dat jullie) opsloegen
(dat gij) opslaat(dat gij) opsloeget
(dat zij) opslaan(dat zij) opsloegen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sla opslaat op
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
opslaand, opslaande(hebben) opgeslagen

Voorbeelde van gebruik

Ze slaan de giftige stoffen van de plant op in hun lichaam, waardoor vogels ervan afblijven.
Toen de kluis klaar was, sloeg de koning er zijn schatten in op.

Vertalinge

Duitslagern
Engelsstore
Esperantostoki
Portugeesestocar; formar estoque