Informasie oor die woord stapelen (Nederlands → Esperanto: stapli)

Sinoniem: opslaan

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈstapələ(n)/
Afbrekingsta·pe·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) stapel(ik) stapelde
(jij) stapelt(jij) stapelde
(hij) stapelt(hij) stapelde
(wij) stapelen(wij) stapelden
(jullie) stapelen(jullie) stapelden
(gij) stapelt(gij) stapeldet
(zij) stapelen(zij) stapelden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) stapele(dat ik) stapelde
(dat jij) stapele(dat jij) stapelde
(dat hij) stapele(dat hij) stapelde
(dat wij) stapelen(dat wij) stapelden
(dat jullie) stapelen(dat jullie) stapelden
(dat gij) stapelet(dat gij) stapeldet
(dat zij) stapelen(dat zij) stapelden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stapelstapelt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
stapelend, stapelende(hebben) gestapeld

Vertalinge

Engelsstack
Esperantostapli