Informasie oor die woord prikkelen (Nederlands → Esperanto: sproni)

Sinonieme: de sporen geven, aansporen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈprɪkələ(n)/
Afbrekingprik·ke·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) prikkel(ik) prikkelde
(jij) prikkelt(jij) prikkelde
(hij) prikkelt(hij) prikkelde
(wij) prikkelen(wij) prikkelden
(jullie) prikkelen(jullie) prikkelden
(gij) prikkelt(gij) prikkeldet
(zij) prikkelen(zij) prikkelden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) prikkele(dat ik) prikkelde
(dat jij) prikkele(dat jij) prikkelde
(dat hij) prikkele(dat hij) prikkelde
(dat wij) prikkelen(dat wij) prikkelden
(dat jullie) prikkelen(dat jullie) prikkelden
(dat gij) prikkelet(dat gij) prikkeldet
(dat zij) prikkelen(dat zij) prikkelden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
prikkelprikkelt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
prikkelend, prikkelende(hebben) geprikkeld

Vertalinge

Afrikaansaanspoor
Engelsstimulate
Esperantosproni
Fransinciter
Portugeesesporar; esporear
Spaansespolear