Informasie oor die woord zepen (Nederlands → Esperanto: sapumi)

Sinoniem: inzepen

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) zeep(ik) zeepte
(jij) zeept(jij) zeepte
(hij) zeept(hij) zeepte
(wij) zepen(wij) zeepten
(jullie) zepen(jullie) zeepten
(gij) zeept(gij) zeeptet
(zij) zepen(zij) zeepten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) zepe(dat ik) zeepte
(dat jij) zepe(dat jij) zeepte
(dat hij) zepe(dat hij) zeepte
(dat wij) zepen(dat wij) zeepten
(dat jullie) zepen(dat jullie) zeepten
(dat gij) zepet(dat gij) zeeptet
(dat zij) zepen(dat zij) zeepten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zeepzeept
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zepend, zepende(hebben) gezeept

Vertalinge

Duitsseifen
Engelssoap
Esperantosapumi; sapi
Italiaansinsaponare
Portugeesensaboar
Saterfriesienseepje; seepje
Spaansenjabonar