Informasie oor die woord lonen (Nederlands → Esperanto: rekompenci)

Sinonieme: belonen, terugdoen, vergelden, wedervergelden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈlonə(n)/
Afbrekinglo·nen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) loon(ik) loonde
(jij) loont(jij) loonde
(hij) loont(hij) loonde
(wij) lonen(wij) loonden
(jullie) lonen(jullie) loonden
(gij) loont(gij) loondet
(zij) lonen(zij) loonden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) lone(dat ik) loonde
(dat jij) lone(dat jij) loonde
(dat hij) lone(dat hij) loonde
(dat wij) lonen(dat wij) loonden
(dat jullie) lonen(dat jullie) loonden
(dat gij) lonet(dat gij) loondet
(dat zij) lonen(dat zij) loonden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
loonloont
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
lonend, lonende(hebben) geloond

Vertalinge

Deensbelønne
Duitslohnen; belohnen; vergelten
Engelsreward
Esperantorekompenci
Faroëesjavna aftur; samsýna
Fransrécompenser
Friesbeleanje; leanje
Italiaansricompensare
Katalaansrecompensar
Papiamentsrekompensá
Portugeespremiar; recompensar; remunerar
Russiesвознаграждать
Saterfriesloonje; beloonje
Spaansrecompensar
Sweedsbelöna
Tsjeggiesodplatit
Yslandsumbuna