Informasie oor die woord boswachter (Nederlands → Esperanto: arbargardisto)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈbɔsʋɑxtər/
Afbrekingbos·wach·ter
Geslagmanlik
Meervoudboswachters

Voorbeelde van gebruik

„Dat zou ik denken!” bromde de boswachter, die zich niet graag met mensen bemoeide die hij niet kende.
Dit bos is alleen toegankelijk onder begeleiding van de boswachter.
Boswachters en jagers mogen de komende jaren duizenden damherten afschieten in de duingebieden tussen IJmuiden en Den Haag.

Vertalinge

Engelsforester
Esperantoarbargardisto
Friesboskwachter
Spaansguardabosque