Informasie oor die woord zich voordoen (Nederlands → Esperanto: prezentiĝi)

Sinonieme: opdraven, vóórkomen

Woordsoortwederkerende werkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(het) doet zich voor(het) deed zich voor
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat het) zich voordoe(dat het) zich voordede
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zich , zich (heeft) zich voorgedaan

Voorbeelde van gebruik

Maar nu deed zich een nieuwe moeilijkheid voor.