Informasie oor die woord eisen (Nederlands → Esperanto: postuli)

Sinonieme: opeisen, rekenen, vergen, voorschrijven, vorderen, verlangen, postuleren, heffen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɛɪ̯sə(n)/
Afbrekingei·sen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) eis(ik) eiste
(jij) eist(jij) eiste
(hij) eist(hij) eiste
(wij) eisen(wij) eisten
(jullie) eisen(jullie) eisten
(gij) eist(gij) eistet
(zij) eisen(zij) eisten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) eise(dat ik) eiste
(dat jij) eise(dat jij) eiste
(dat hij) eise(dat hij) eiste
(dat wij) eisen(dat wij) eisten
(dat jullie) eisen(dat jullie) eisten
(dat gij) eiset(dat gij) eistet
(dat zij) eisen(dat zij) eisten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
eiseist
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
eisend, eisende(hebben) geëist

Voorbeelde van gebruik

Ik eis inspraak!
De oppositie eist dat hij aftreedt en dat er nieuwe verkiezingen worden gehouden.
De Amerikaanse president eist minstens 10 miljard dollar (8,6 miljard euro) schadevergoeding vanwege berichtgeving over zijn vermeende banden met zedendelinquent Jeffrey Epstein.
De koning zelf had geëist dat de rover gevangen genomen zou worden en de koning van Zamora had weinig geduld met dienaren die hun opdracht niet tot een goed einde wisten te brengen.
Ik eis een bevredigende verklaring!
De eis tegen de Nederlander is hoger dan de tien jaar cel die de officier van justitie destijds eiste.

Vertalinge

Afrikaanseis; hef
Deensfordre
Duitserheischen; fordern; erfordern; verlangen; zumuten
Engelsdemand; require; claim; exact; call for
Esperantopostuli
Faroëeskrevja
Finsvaatia
Fransdemander; exiger
Frieseaskje; fereaskje
Katalaansexigir
Latynexigere; postulare
Nederduitsupeisen; eisen; eysken
Papiamentseksigí; eksihí
Poolspostulować; żądać
Portugeesexigir; postular; reclamar
Saterfriesfoarderje; ferlongje; aaskje; toumoudje
Spaansexigir