Informasie oor die woord zeug (Nederlands → Esperanto: porkino)

Sinoniem: trui

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/zøx/
Afbrekingzeug
Geslagvroulik
Meervoudzeugen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
zeugjezeugjes

Voorbeelde van gebruik

Op een scherpe aansporing van de pastoor liet Teun de zeug lopen die hij aan het opdrijven was geweest, en zette Tinus zijn zeis tegen een boom.
Je zult veilig zijn, al vertel je me dat ik de zoon ben van een zeug en een zeeduivel.
Koop jij dan in ’s hemelsnaam zélf die zeug.

Vertalinge

DuitsSau
Engelssow
Esperantoporkino
Franscoche; truie
Friesmot; sûch
Hawaiïespuaʻa wahine
Hongaarsanyadisznó
Italiaansporca; troia
Kabiliestaḥelluft (ⵜⴰⵃⴻⵍⵍⵓⴼⵜ)
Katalaanstruja
Latynporca; scrofa
SaterfriesMutte
Skotssou
Spaanscerda; cochina; puerca
Sweedsso
Tsjeggiessvině
Wallieshwch