Informasie oor die woord dempen (Nederlands → Esperanto: plenigi)

Sinonieme: vullen, spekken, stoppen, vólmaken, volladen, invullen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈdempə(n)/
Afbrekingdem·pen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) demp(ik) dempte
(jij) dempt(jij) dempte
(hij) dempt(hij) dempte
(wij) dempen(wij) dempten
(jullie) dempen(jullie) dempten
(gij) dempt(gij) demptet
(zij) dempen(zij) dempten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) dempe(dat ik) dempte
(dat jij) dempe(dat jij) dempte
(dat hij) dempe(dat hij) dempte
(dat wij) dempen(dat wij) dempten
(dat jullie) dempen(dat jullie) dempten
(dat gij) dempet(dat gij) demptet
(dat zij) dempen(dat zij) dempten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dempdempt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
dempend, dempende(hebben) gedempt

Vertalinge

Albaniesmbush
Deensfylde
Duitsausfüllen; erfüllen; füllen
Engelsfill in; fill up
Esperantoplenigi
Faroëesfylla
Franscompléter
Friesfolje
Latynopplere
Maleisisi; mengisi
Papiamentsyena
Poolswypełnić
Portugeescompletar; encher
Saterfriesuutfälle; ful moakje; uutfulle
Skots-Gaelieslìon
Spaansllenar
Srananfuru
Sweedsfylla; ifylla; uppfylla
Thaiใส่; ถม
Yslandsfylla