Informasie oor die woord schaal (Nederlands → Esperanto: plado)

Sinoniem: schotel

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/sxal/
Afbrekingschaal
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudschalen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
schaaltjeschaaltjes

Voorbeelde van gebruik

De kinderen vielen zo gulzig aan alsof er allerlei heerlijkheden op tafel stonden in plaats van enkel een schaal aardappels.
Nadat hij zijn aanwijzingen nog eens had herhaald, verliet hij de gevangenis, na eerst Athicus gelast te hebben de gevangene een schaal vlees en een kruik bier te brengen.
Leg de kip in een schaal.

Vertalinge

Afrikaansskottel
Deensfad
DuitsSchale; Schüssel
Engelsdish; plate
Esperantoplado
Faroëesfat
Finsvati
Fransmet; plat
Friesskaal
Italiaanspiatto
Katalaansplat; plata
Latyncatinus; tryblium
Nederduitssköttel
Noorsfat; tallerken
Papiamentsplato
Portugeesprato; travessa
Russiesблюдо
SaterfriesSchuudele; Skoale; Skuudele
Spaansfuente; plato
Swahilisahani
Sweedsfat
Thaiจาน
Tsjeggiesmiska; mísa; pokrm
Walliesllestr