Informasie oor die woord nijpen (Nederlands → Esperanto: pinĉi)

Sinonieme: klemmen, knijpen, tokkelen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnɛɪ̯pə(n)/
Afbrekingnij·pen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) nijp(ik) neep
(jij) nijpt(jij) neep
(hij) nijpt(hij) neep
(wij) nijpen(wij) nepen
(jullie) nijpen(jullie) nepen
(gij) nijpt(gij) neept
(zij) nijpen(zij) nepen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) nijpe(dat ik) nepe
(dat jij) nijpe(dat jij) nepe
(dat hij) nijpe(dat hij) nepe
(dat wij) nijpen(dat wij) nepen
(dat jullie) nijpen(dat jullie) nepen
(dat gij) nijpet(dat gij) nepet
(dat zij) nijpen(dat zij) nepen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
nijpnijpt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
nijpend, nijpende(hebben) genepen

Vertalinge

Duitskneifen; zwicken
Engelspinch; nip
Esperantopinĉi
Faroëesklípa
Franspincer
Friesknipe
Katalaansescabellar plantes; pessigar; pinçar
Papiamentskinipí
Portugeesbeliscar; pegar com pinça; tomar entre dois dedos
Saterfrieskniepe
Spaanscoger con pinzas; pellizcar; pinzar